Sinatra At The Sands

Frank Sinatra - The Sands billboard (pinterest.com)

Frank Sinatra – The Sands billboard

It was probably the most exciting engagement I have ever done in my life, since I started performing.

Frank Sinatra over de concerten in The Sands in 1966

Inleiding

In juli 1966 bracht Frank Sinatra zijn eerste live album uit: het klassieke Sinatra At The Sands. Hij werd begeleid door Count Basie en zijn orkest, gedirigeerd en gearrangeerd door Quincy Jones.

Frank Sinatra en Las Vegas

Op 13 september 1951 maakte Frank Sinatra zijn debuut in Las Vegas. Hij trad op in de Painted Desert Showroom van het Desert Inn hotel. Tegen die tijd was de ster van Sinatra diep gevallen en hij kon alleen nog maar terecht bij de hotels op The Strip in Las Vegas. Destijds stonden er nog maar 7 hotels en die waren allen in eigendom van de maffia.

Frank Sinatra & Eva Gardner - Desert Inn 04-09-1951 (vintagelasvegas.com)

Frank Sinatra & Eva Gardner – Desert Inn 04-09-1951

Sinatra had het mede verpest bij het publiek door zijn vrouw (en kinderen) te verlaten en er met actrice Ava Gardner van door te gaan met wie hij in 1951 trouwde (het huwelijk hield 6 jaar stand). Mede op haar aanraden en de belofte van Sinatra af te zien van salaris, werd Sinatra gecast voor de film From Here to Eternity. De film werd in 1953 uitgebracht en bracht Sintra weer terug in de schijnwerpers. In 1954 ontving hij zelfs een Golden Globe en een Oscar voor ‘best supporting actor’.

N.B.:
In de film The Godfather uit 1972 vraagt het personage Johnny Fontane aan het hoofd van een New Yorkse maffiafamilie om een rol in een film zeker te stellen, die zijn carrière weer op gang zou kunnen helpen, wat resulteert in de beroemde ‘paardenhoofd in bed’ scene. Fontane krijgt de rol. Het verhaal gaat dat het personage Fontane gebaseerd zou zijn op Frank Sinatra. Dit is echter nooit bevestigd en is waarschijnlijk niet waar.

Alweer succes

Het succes van de film zorgde ervoor dat de shows van Sinatra steeds beter werden bezocht. Sinatra werd een belangrijke naam voor Las Vegas, dat in rap tempo uitbreidde. Het is niet overdreven te stellen dat Frank Sinatra hierin een sleutelrol speelde. Billy Wilder stelde: “When Frank Sinatra was in Las Vegas, there is a certain electricity permeating the air. It’s like Mack the Knife is in town, and the action is starting.” Sinatra zorgde er bijna eigenhandig voor dat Las Vegas niet alleen de grootste gokstad ter wereld zou worden, maar ook de Entertainment Capital of the World, zoals de stad zichzelf noemde.

Het hernieuwde succes vertaalde zich ook in de muziek. Hij bracht weer een aantal prachtige albums uit, waaronder de indrukwekkende In The Wee Small Hours uit 1955 en Songs For Swingin’ Lovers! uit 1956.

Frank Sinatra - Ocean's 11 (wonderfeeds.co.ke)

Frank Sinatra – Ocean’s 11

The Rat Pack

Sinatra was niet alleen. Hij werkte ook samen met Joey Bishop, Sammy Davis Jr., Peter Lawford en Dean Martin, een vriendengroep die The Rat Pack werd genoemd en die samen optrad, samen feestte, samen films maakte en vooral samen veel ‘cool’ uitstraalde. Mede dankzij hun aanwezigheid en zeker ook de film Ocean’s 11 uit 1960, werd Las Vegas populairder en populairder.

Ten tijde van de beat explosie bleven namen als The Beatles, The Rolling Stones en Bob Dylan ver weg van Las Vegas, waar Frank Sinatra de absolute heer en meester was. Het was zijn stad, hij had zelfs een belang van 2 procent in het The Sands hotel, waar hij vanaf 1953 optrad.

Frank Sinatra & Count Basie 1964 (imgur.com)

Frank Sinatra & Count Basie 1964

Count Basie en Quincy Jones

In 1962 was Sinatra de samenwerking aangegaan met Count Basie en zijn orkest, wat resulteerde in het Sinatra-Basie album, twee jaar later gevolgd door It Might As Well Be Swing, waarop Quincy Jones voor het eerst samenwerkte met Sinatra.

Frank Sinatra 50 jaar

Op 12 december 1965 was Frank Sinatra 50 jaar oud geworden. Zijn populariteit was nog steeds enorm en zijn stem leek alleen maar beter te worden. De jaren van The Rat Pack lagen achter hem en hij had zijn halve eeuw viering opgeluisterd met het mooie The September Of My Years album, dat met It Was A Very Good Year een ode aan de hogere leeftijd bevatte.

The Sands, Count Basie, Quincy Jones

Op 9 januari 1966 begon Frank Sinatra aan een 4 weken durende residentie in de Copa Room van The Sands hotel. Sinatra trad op met het Count Basie orkest, dat werd gedirigeerd door Quincy Jones. In totaal werden 7 concerten opgenomen voor een eventueel live album.

Frank Sinatra - Sinatra At The Sands (spotify.com)

Sinatra At The Sands

Sinatra At The Sands

Frank Sinatra bracht zijn eerste live album Sinatra At The Sands uit in juli 1966. De opnamen vonden plaats in januari en februari 1966 toen Sinatra twee keer per dag optrad. Het is een perfecte weergave van Sinatra in 1966. Hij was vocaal op de toppen van zijn kunnen en de band swingde. Een aantal uitvoeringen behoren zelfs tot het beste dat hij opnam.

Come Fly With me, I’ve Got You Under My Skin, The Shadow Of Your Smile, maar ook de nieuwe The September Of My Years en It Was a Very Good Year tonen de perfecte timing van Sinatra en laten horen dat Sinatra intens geniet van de samenwerking met Count Basie. Hij ziet er ook fantastisch uit op de hoes, charismatisch, badend in ‘cool’ en ‘in control’.

Maar, het album herbergt ook een olifant in de kamer, namelijk de monoloog, die “The Tea Break” wordt genoemd. Het is een intermezzo waarin Sinatra een soort stand-up comedy probeert. Op zich niet heel erg slecht, maar er is geen komiek verloren gegaan aan Sinatra. Sommige grappen echter zijn ronduit racistisch en onsmakelijk. Het was ook de kritiek die The Rat Pack eerder had gekregen: vrouwonvriendelijke, discriminerende humor, die eerder aantoonde dat beschaving een dun laagje vernis bleek. Maar, het (blanke) publiek genoot ervan, en Sinatra wist dat maar al te goed.

Recensie

Ondanks de monoloog is Sinatra At The Sands een prachtig tijdsdocument van Frank Sinatra gedurende de jaren (19)60, inclusief de lelijkheid. Sinatra in combinatie met Count Basie en Quincy Jones is een opstopbare natuurkracht, die een intiem inkijkje geeft in de entertainment wereld destijds op die specifieke plek in de Amerikaanse woestijn. De soms adembenemende schoonheid van de nummers en de muziek is ongelooflijk en indrukwekkend. Het album is dan ook een 100% aanrader:

, met voor “The Tea Break”

Frank Sinatra - Sinatra At The Sands vinyl (discogs.com)

Sinatra At The Sands vinyl

Nummers

  • Come Fly With Me
  • I’ve Got A Crush on You
  • I’ve Got You Under My Skin
  • The Shadow Of Your Smile
  • Street Of Dreams
  • One For My Baby (And One More For The Road)
  • Fly Me To The Moon
  • One O’Clock Jump (instrumental)
  • “The Tea Break” (monologue)
  • You Make Me Feel So Young
  • All Of Me (instrumental)
  • The September Of My Years
  • Get Me To the Church On Time
  • It Was A Very Good Year
  • Don’t Worry ‘Bout Me
  • Makin’ Whoopee (instrumental)
  • Where Or When
  • Angel Eyes
  • My Kind Of Town
  • A Few Last Words (monologue)
  • My Kind Of Town (reprise)

In 1998 werd het nummer Luck Be A Lady toegevoegd aan de plaat. In 2003 werd dat herhaald met DVD-Audio uitgave. Het nummer ontbreekt op alle andere uitgaven.

Frank Sinatra - The Sands billboard in de nacht (libraray.unlv.edu)

Frank Sinatra – The Sands billboard in de nacht

Muzikanten

  • Frank Sinatra – zang
  • Count Basie – piano
  • Bill Miller – piano
  • The Count Basie Orchestra
    • Quincy Jones – arrangement, dirigent
    • Harry “Sweets” Edison, Al Aarons, Sonny Cohn, Wallace Davenport, Phil Guilbeau – trompet
    • Al Grey, Henderson Chambers, Grover Mitchell, Bill Hughes – trombone
    • Marshal Royal – alt saxofoon / klarinet
    • Bobby Plater – alt saxofoon / fluit
    • Eric Dixon – tenor saxofoon / fluit
    • Eddie “Lockjaw” Davis – tenor saxofoon
    • Charlie Fowlkes – baritone saxofoon / bas klarinet
    • Freddie Green – gitaar
    • Norman Keenan – contrabas
    • Sonny Payne – drums

Ontvangst

Het album werd goed ontvangen door zowel de pers als het publiek. Het album kreeg al snel de Goud status.

Tijdens de Grammy Awards show van 2 maart 1967 was Frank Sinatra de grote winnaar. Hij won maar liefst vier Grammy’s voor het nummer Strangers In The Night (een nummer dat Sinatra verafschuwde) en een voor de verzamelaar A Man And His Music. Ook het album Sinatra At The Sands viel in de prijzen en wel voor Best Liner-notes. Omdat ze zo mooi zijn, zijn deze hieronder opgenomen.

Liner notes

Frank Sinatra - At The Sands gatefold (discogs.com)

Frank Sinatra – At The Sands gatefold

For a man so accustomed to appearing before the public, walking on stage this night at The Sands should have caused no more apprehension than you feel walking into your own living room.

Yet Sinatra prepared for this appearance with deliberate ritual. He tends his voice with care. He takes a steam in the late afternoon. He lays off cigarettes. Before going on stage, he works out with his accompanist, Bill Miller, for a half hour. He slips into his tailored tux, still warm from a valet’s iron.

All during dinner, the audience-on-a-fling has been trying to catch the eye of the preoccupied staff, trying to flag down a captain. At the next table, a big man asks if a $10 bill would get him a better table. Scurrying by, the captain sighs “$10,000 couldn’t get him a better seat.” Or, as Dean Martin’s fond of saying, “It’s Frank’s world. We’re just lucky to be living in it.”

The room has that peculiar air about it that only successful clubs have: a combination of cigarette smoke, overheated air, smouldering dust, Lysol Clorox cleaned linen, even the silverware smells different from home silverware. “The crowd” jams every available seat. Two thousand knees with nowhere to go.

As the hour nears nine, the dinner show customers are hustling down their filets. They’ve got to get them down. When those lights go out, they go so far out you’re likely to hustle down your neighbor’s pinky. Why do they go through all this, these normally sane?

• • • • •

The house lights make us disappear and a stage comes alive. A professionally you-asked-for-it voice booms out, “And now…” and onto the stage comes a solidly built, short and seldom-smiling man. So short and squat it looks as if some monster thumb had been pressing him down toward the earth, gravity having at last done its dirtiest.

But Basie fights back, with the aid of a carefully selected crew and the kind of rhythm section your mother used to call “solid!” Tiny Sonny Payne, Basie’s drummer, perches up near the back of the bandstand, whirling his sticks and thrashing his cymbals and snares like the man who invented drums. Three lines of unbugable horn and reed experts gaze down at their well worn charts. They’ve been traveling with this music for decades. Ask for “One O’Clock Jump” and they’ll bring out a sheet of music that looks like a hunk of Kleenex after a flu epidemic. But they do know how to do what they do. They play jazz, they play it together, and they play it better than most anybody on the planet. And that’s one reason why “the crowd” is here tonight. For this is that moment when time is turned off and rhythm is turned on.

Mr. Basie begins to conduct his orchestra from a seated position, facing his Steinway, hearing his men movin’ without much visible motion. Mr. Cool, but you know he’d rather be doing this than anything else besides breathing. Men like he and his men don’t go through the grinding one-nighters they’ve been through these past eons without some measure of dedication to something besides a buck. They do it because that’s their way of breathing. Their music shows it, from “One O’Clock Jump” to “All of Me,” instrumentals that lift the Sands crowd up to a pitch of romping appreciation. The lousy drinks, the lousier luck at the tables, the pneumonia air conditioning is all gone and forgot.

It happens because Mr. Basie does not consider himself no prelude to nothin! He comes on. He’s got ten quick minutes at the opening of the show that are all his and, by God, they’re his. Forty years of music making jammed into ten prestigious minutes.

During the applause, a dapper young man comes out on stage to adjust his music stand. He faces the Basie band. He’s Quincy Jones, a high-talent young man who could be making a lot more money arranging his own albums or scoring films. But he chooses to be on stage at The Sands, for the same reason everyone else chooses to be there. Because an event is about to happen.

• • • • •

During the wailing of the Basie band, those jammed, perched, squoze to the sides of the room can see an anxious figure peering out at the band from the stage wings. Catching the mood of the crowd, Frank Sinatra. Looking not unlike a young man calculating his audience for his first talent night appearance. The Suave is dropped. The performer is getting himself up for one swinging night’s sing.

Again the amplified voice lets them all know. “And now… a Man and His Music!”

The band ups to the occasion. And he walks on. Doesn’t gallop on, doesn’t wave or jump or hoopla. Just he walks on. His pocket handkerchief folded in there nice. A bit of a vest peeking out from under his tux coat. He pulls the hand mike out of the stand, glances up at the light booth where a thousand pounds of spotlight bear down on him. His shoulders hunch once, like they’re absorbing the beat of Basie. He turns back to Quincy, Count & Co., smiling, extending the vamp. Go. Sonny Payne whacks his drums to stir up more groove. Then Sinatra turns back and sings. It looks effortless, the way he lazily loops the mike cable through his relaxed hands. But his face shows what he’s singing. Eyes closed, head tilted, lips carefully phrasing and elocuting.

And Sinatra runs through his best. The songs are Sinatra’s, like “Come Fly” and “Crush” and “Fly Me to the Moon.” Hip, up-tempo, wailing things.

And then he’ll change the pace on the audience. While his excitement-sated audience of people who’ve been everywhere are just happy to be there, while everyone is forgetting who’s sitting in the next chair, or that down front there’s a row of celebrities running from Roz Russell to Yul Brynner, from Mike Romanoff to Judy Garland, while all of this is being gone and forgot because the man on stage is more than will fill one’s attention, while all of these sounds and sights and impressions are piling up against the pounding beat of Basie, Sinatra switches.

Count Basie walks off stage. A thin, grey-haired man, who looks as if he hides under mushrooms to avoid the sun’s rays, walks to the piano.

This is Bill Miller, Sinatra’s piano player. Sinatra turns to the audience and tells them he’s going to sing a saloon song. And silently you can almost hear the perfumed ladies think “Yeah” and the close-shaved, shiny-cheeked men think “Yeah” and the waiters stop in the doorways and think “Yeah.”

And with just a piano behind him, Sinatra turns actor. The man whose broad’s left him with some other guy and all of the loot. And he sings—and acts—his “Angel Eyes” and his “One for My Baby.” And there is silence all about, for this audience is watching a man become that last lucked-out guy at the bar, the last one, with nowhere to go except sympathy city.

Then more Sinatra-Basie, songs ranging from the subtle “Very Good Year” to the sizzle (“My Kind of Town”). And all the while, Quincy’s at one side, setting the beat, Count’s on the other making the beat, and Sinatra’s center, demonstrating how wide and high the heart of a singing man can range.

And after an almost dozen songs, Sinatra pauses. He pulls forward a stool and a music stand. He takes his tea. Cup and saucer ir. hand, he says his words. Ten, fifteen minutes worth of greeting. His status report on The Arts and The Sands. Commentary ranging from the autobiographical to world affairs, all delivered with the same casual emphasis that marks his singing style. The audience is shifting in its chairs, knowing it has only 90 minutes maybe with Sinatra, loving him talking to them, hoping he won’t stop, and hoping he’s going to sing all night that night.

Then, with a napkin tap at the corners of his mouth, he retires the props. He’s getting no younger, says he, and he’d best sing. And he does. More of the better: “Don’t Worry ‘Bout Me,” “Where or When,” the audience increasingly with it, knowing they’ve never heard anything better, amazed at the number of songs Sinatra’s really associated with.

Finally “My Kind of Town,” starting deceptively with some talk about a nice city, then building choruses of mounting, modulating, upwards excitement.

And then he leaves. Walks right off that stage, just like he was finished. But does the crowd want that? They say no. They yell no and more, one more, ten more, hell a lifetime more, they’ve got nowhere to go, dammit they want more of him.

Mr. Sinatra comes back and bows, not too low, but appreciatively. He makes “the dullest speech you’ll ever have to listen to,” thanking them, not for this one hour, but for a lifetime of applause. He reprises “My Kind of Town.” He does it with authority. Nobody follows that kind of finish, not even Frank Sinatra.

• • • • •

The waiters know it, and start hurriedly distributing saucers with the tabs. The houselights force back up. It’s like dawn, and you don’t turn the sun back. Still, they keep applauding till the feeling gets hopeless.

By now, Sinatra’s probably got a towel around his neck and his toes curled up on his dressing table. So, the audience files slowly out into the smoke-choked casino, meeting once more the hardluck din of reality around the half-empty crap tables. Those huddled masses outside look into the faces of the excited crowds, looking for signs that it was really sumpin!

And what they see is mostly blinking eyes; women adjusting their coats to the onrushing night air, to the silent walk down the concrete paths to an unenchanted evening’s leftovers; men sitting down at the blackjack tables, where the waxen dealers take time during a deal to look up at their faces and ask, “You see the show?”

And the men answer, “Yeah. That Sinatra… he really puts on a show.”

Which may not be the best sum up in the world, but then you can’t expect much more from someone who’s just been through 90 minutes with the best singing man in town.

—Stan Cornyn

Na At The Sands

Ondanks het succes van Sinatra At The Sands, lijkt het ook het einde van een tijdperk in te luiden. Nog in 1966 nam Sinatra de albums Strangers In The Night en That’s Life op, die weliswaar succesvol waren, maar ook een opmerkelijke stap terug waren in kwaliteit. Sinatra leek aansluiting te willen zoeken met de veranderende tijden en generatie. Zijn huwelijk met de 21 jaar jongere Mia Farrow leek dat idee alleen maar nog meer te bevestigen. Zijn gedrag tegen haar en de scheiding twee jaar later deed zijn imago weinig goed.

Frank Sinatra & Count Basie jaren (19)70 (jazzizz.com)

Frank Sinatra & Count Basie jaren (19)70

Frank Sinatra en Las Vegas (2)

Het einde van Sinatra’s verbondenheid aan het The Sands hotel kwam in 1967 toen Howard Hughes het hotel kocht. Sinatra, die gewend was alles te krijgen wat hij wilde, inclusief het wegschelden van enorme gokschulden, verloor zijn privileges. Hij reageerde daar ronduit kinderlijk en slecht op, wat hem kwam te staan op een vuistslag in zijn gezicht. Exit Sinatra.

Hij zou al snel onderdak vinden bij het Ceasars Palace hotel en daar optreden tot zijn eerste pensioen, dat geen pensioen bleek (zie ook Frank Sinatra’s vergeten meesterwerk Watertown).

Na zijn comeback trad hij tot het einde van zijn leven regelmatig op in Las Vegas. Ook al had hij geduchte concurrentie van die andere vaste Las Vegas artiest Elvis Presley, bleef Sinatra het boegbeeld voor Las Vegas.

Toen Frank Sinatra overleed op 14 mei 1998 gingen de billboards op The Strip in Las Vegas op zwart, een eerbetoon aan de grootste entertainer, die een onmisbare schakel was geweest in de ontwikkeling van Las Vegas. Op 30 april 2004 opende de stad Frank Sinatra Drive, een verbindingsweg tussen The Strip en Interstate 15.

Las Vegas 1959 - nu (apoplife.nl)

Las Vegas 1959 – nu

Afloop

Sinatra zou nog meerdere malen optreden met Count Basie in de jaren (19)70, ook in het buitenland. Het The Sands hotel bestaat niet meer. Het werd in 1996 afgebroken. Op 3 mei 1999 opende op die plek The Venetian, dat in eigendom is van de coöperatie Las Vegas Sands.

De opwarmset die Count Basie speelde voordat Frank Sinatra opkwam in 1966, kon in 1998 voor het eerst worden beluisterd op Live At The Sands (Before Frank).

In 2006 werd de set Sinatra: Vegas uitgebracht, waarvan de tweede disc bestond uit dezelfde nummers als Sinatra At The Sands , maar opgenomen op andere dagen in 1966. In 2018 werd de tweede set van 28 januari 1966 integraal uitgebracht als onderdeel van Standing Room Only.

Ter afsluiting

Wat vind je van Sinatra At The Sands? Laat het weten, ik waardeer dat enorm!

Video/Spotify
Bij dit verhaal is een video opgenomen. Klik op de volgende link om deze te zien: Video: Sinatra At The Sands. De A Pop Life afspeellijst op Spotify is ook aangepast.

Complimenten/opmerkingen? Graag!