Fine Young Cannibals debuteren in 1985

Fine Young Cannibals (facebook.com/fineyoungcannibals)

Fine Young Cannibals (vlnr: David Steele, Roland Gift, Andy Cox)

Inleiding

Eind 1985 debuteerde Fine Young Cannibals met hun gelijknamige album. Het verhaal van de bliksemcarrière van de Britse band en hun debuutalbum.

Fine Young Cannibals

In 1983 viel de Engelse ska band The Beat uit elkaar. Gitarist Andy Cox en bassist David Steele besloten samen een band op te richten onder de naam Fine Young Cannibals, een verwijzing naar de film All the Fine Young Cannibals uit 1960 waarin Robert Wagner en Natalie Wood speelden.

Cox en Steele gingen op zoek naar een zanger, een zoektocht die maar liefst acht maanden duurde. Na een reclame op MTV ontvingen ze ruim 500 cassettes van zangers. Na deze te hebben doorgeploegd kwamen ze uit op Roland Gift. Initieel had de band problemen om een platendeal te bemachtigen. Dat veranderde na de uitzending van een live uitvoering van Johnny Come Home in het Engelse (live)muziek programma The Tube op 21 maart 1985. Na de uitzending had de band de labels voor het uitkiezen. Het werd London Records.

Na de uitgave van de single Johnny Come Home, dat een (bescheiden) hit werd in het VK en Europa, was de geest uit de fles. Fine Young Cannibals zou een mooie toekomst krijgen. Ook al deed vervolgsingle Blue het niet al te best, toch wachtten velen met smart op het debuutalbum.

Fine Young Cannibals - Fine Young Cannibals (spotify.com)

Fine Young Cannibals – Fine Young Cannibals

Fine Young Cannibals

Dat album werd uitgebracht op 10 december 1985 onder de naam Fine Young Cannibals. Een hitalbum dat goed verkocht en over het algemeen goed werd ontvangen. Muzikaal gezien leek het in de verste verte niet op The Beat’s combinatie van ska, reggae en new-wave. Funky soul, wat kaal geproduceerd en een zanger met een uniek stemgeluid, maar vooral ook nummers die goed in elkaar zaten.

Voor een debuutalbum klinkt de band opmerkelijk zeker en overtuigend. Maar wat vooral opvalt is het opbeurende karakter van het album, de muziek is optimistisch en dat was zeker welkom na het donkere, duistere begin van de jaren (19)80.

Recensie

Ik weet het niet zeker meer, maar ik vermoed dat ik kennismaakte met Fine Young Cannibals vanwege het prachtige Johnny Come Home, één van de beste singles uit 1985. De single Suspicious Minds uit begin 1986 was ook al zo lekker, maar het album bevat nog veel meer andere prachtige nummers, zoals Couldn’t Care More en Blue. De band kan overweg met uptempo soul, maar ook de ballads klinken overtuigend en vooral soulvol.

Toen ik op 19 mei 1986 het Pinkpop festival bezocht, stond Fine Young Cannibals ook op het podium. Ik herinner me dat de band goed klonk, een mooie set speelde en goed werd ontvangen.

Fine Young Cannibals - Fine Young Cannibals - Singles (discogs.com)

Fine Young Cannibals – Fine Young Cannibals – Singles

Singles

Er zijn vier singles van het album getrokken.

  • Johnny Come Home
    (uitgebracht op 31 mei 1985)
  • Blue
    (uitgebracht op 2 november 1985)
  • Suspicious Minds
    (uitgebracht op 2 januari 1986)
  • Funny How Love Is
    (uitgebracht op 5 april 1986)
Fine Young Cannibals - Fine Young Cannibals - Hoes achterkant (discogs.com)

Fine Young Cannibals – Fine Young Cannibals – Hoes achterkant

Nummers

Alle nummers geschreven door Roland Gift en David Steele, tenzij anders aangegeven.

  • Johnny Come Home
  • Couldn’t Care More
  • Don’t Ask Me To Choose (Andy Cox, Roland Gift, David Steele)
  • Funny How Love Is (Andy Cox, Roland Gift, David Steele)
  • Suspicious Minds (Mark James)
  • Blue (Andy Cox, Roland Gift, David Steele)
  • Move To Work
  • On A Promise
  • Time Isn’t Kind (Andy Cox, Roland Gift, David Steele)
  • Like A Stranger

Muzikanten

  • Roland Gift – zang
  • Andy Cox – gitaar; orgel op Time Isn’t Kind
  • David Steele – bas, piano, keyboards

Met hulp van:

  • Martin Parry – drums
  • Graeme Hamilton – trompet; piano op Time Isn’t Kind
  • Gavyn Wright – viool
  • Saxa – saxofoon op Funny How Love Is
  • Beverlei Brown, Gloria Brown, Maxine Brown – achtergrondzang op Like A Stranger
  • Jimmy Somerville – achtergrondzang op Suspicious Minds
  • Jenny Jones – drums, achtergrondzang op Couldn’t Care More
Fine Young Cannibals - Eind 1984 (facebook.com/fineyoungcannibals)

Fine Young Cannibals – Eind 1984

Vervolg

Na de uitgave van het album werd de single Suspicious Minds uitgebracht, wat een grote hit werd. De tournee leverde de band een uitermate positieve live reputatie op. De tournee bracht de band ook naar het Nederlandse festival Pinkpop, waar de band goed werd ontvangen.

Na de tussendoor single Ever Fallen In Love in 1986 en andere bezigheden van alle bandleden, ging de band de studio in voor album nummer twee. Toen ze halverwege waren met de zelf geproduceerde opnamen stelde het label voor dat ze andere producers zouden inschakelen voor de rest. De band wilde Prince, maar die was niet beschikbaar; als hij wel beschikbaar was geweest had hij het overigens sowieso nooit gedaan. Hij produceerde geen ‘outside’ artiesten. Er was wel een vervanger beschikbaar.

I got called out of the blue on [Fine Young Cannibals]. What it was, they wanted to work with Prince for their next record. They were told that Prince doesn’t work with anybody that way, as a producer-for-hire. But they were also told there was someone who works with Prince who does. That was me, and they were willing to try it out.

David Z., 2001

Fine Young Cannibals - The Raw & The Cooked (spotify.com)

Fine Young Cannibals – The Raw & The Cooked

Fine Young Cannibals vertrokken naar Paisley Park Studios in Minneapolis en namen een aantal nummers op met David Z. , waaronder She Drives Me Crazy. Het drumgeluid van dat nummer was baanbrekend en met name het snaredrum geluid zou door middel van sampling in vele producties terugkeren. Op 26 december 1988 werd She Drives Me Crazy uitgebracht als eerste single van het nog komende album. Het werd een wereldwijde hit, waarbij het nummer naar de top 5 van de hitlijsten schoot, en de nummer 1 positie bereikte in de VS. Het bleek de voorbode van nog meer succes. Het album The Raw & The Cooked volgde grotendeels dezelfde route en werd een groot succes met vaak (meerdere) platina certificeringen tot gevolg.

In 1990 werkte Fine Young Cannibals mee aan het Red Hot + Blue album, waarvoor ze Cole Porter’s Love For Sale aandroegen. Op 12 december 1990 werd het remix album The Raw & The Remix uitgebracht, een uiterst geslaagd project.

En daarna werd het stil, heel stil… In 1992 werd bekend dat de band uit elkaar ging, maar ze kwamen in 1996 nog eenmaal bij elkaar en namen drie nieuwe nummers op, die terecht kwamen op de verzamelaar The Finest. Hierna was het echt over en uit voor de Fine Young Cannibals. De redenen werden later bekend:

We just stopped wanting to do it. You might wake up one day and think “I’m out” but you don’t realise it’s been at the back of your mind for a while.

We had this thing where our manager and our record company had never had that size of success before and they didn’t know how to handle it.

They kept saying to us our next record had to be even bigger which was really stupid. That was one of the main things that killed it for me.

It was hard to stick to how we appraised the band originally, which was to make great music.

Roland Gift, Harrogate Advertiser, 5 juni 2015

Ter afsluiting

Het oeuvre van de Fine Young Cannibals bestaat uit slechts twee albums, maar wat een albums zijn dat!

Wat vind jij van Fine Young Cannibals de band en Fine Young Cannibals het album? Laat het weten!

Video/Spotify
Bij dit verhaal is een video opgenomen. Klik op de volgende link om deze te zien: Video: Fine Young Cannibals debuteren in 1985. De A Pop Life afspeellijst op Spotify is ook aangepast.

Complimenten/opmerkingen? Graag!